
DATUM
02 december 2025
TEKST
Jasper Gramsma
BEELD
Brian Mul/archief
De Galerie Den Haag brak de kunstwereld open
Tamtam maken kan Coen van den Oever als geen ander. Omdat hij de tijdgeest in de vingers heeft, floreert De Galerie Den Haag al sinds de opening in 1995. “Als ik hebberig word, is dat een goed teken.”
DATUM
02 december 2025
TEKST
Jasper Gramsma
BEELD
Brian Mul/archief
De Galerie Den Haag brak de kunstwereld open
Tamtam maken kan Coen van den Oever als geen ander. Omdat hij de tijdgeest in de vingers heeft, floreert De Galerie Den Haag al sinds de opening in 1995. “Als ik hebberig word, is dat een goed teken.”
Een interview met Coen van den Oever over De Galerie Den Haag is eigenlijk een gesprek over zijn leven. Hij toont op een scherm in de galerie een videoloop met beelden van de afgelopen dertig jaar. We zien oude posters, kaarten en stoepborden. Maar ook foto’s. Van de bekende Noordeinde Nocturne die hij initieerde, van de beurs Paris Photo waar hij een vast gezicht is, van Sinterklaas in de galerie, van toenmalig koningin Beatrix bij een expositie van Jan Montyn en van chef-kok Cas Spijkers die kookt met kunst.
“Toen ik deze collage samenstelde voor ons jubileumweekend, dacht ik even: poeh, het is wel veel,” zegt de bijna 67-jarige ondernemer als hij één deur verder aan het Noordeinde aan de grote tafel plaatsneemt bij zijn high-end galerie Project 2.0. Zijn krullen mogen dan niet meer zo rood zijn als op veel van de snapshots, in zijn ogen brandt nog steeds het vuur voor de kunst. “Toch wilde ik – tegen de gewoonte in – terugblikken, want zonder al deze mensen en momenten waren we niet waar we nu zijn.”

In het najaar van 2025 bracht Galerie Den Haag de serene fotoserie ‘At the Onsen’ van Soo Burnell, een ode aan de eeuwenoude Japanse badcultuur.
Een van die sleutelfiguren in deze rijke historie is Clemens Briels. “Hij was opkomend in Amerika toen hij werd geselecteerd als olympisch kunstenaar voor de Spelen van 2002 in Salt Lake City,” herinnert Van den Oever zich. “Zijn schilderij ‘Jump for Joy’ werd het campagnebeeld, dus ik stuurde het naar het ANP met erboven de kop: ‘Eerste goud voor Nederland is al binnen’. We haalden er alle voorpagina’s mee en voordat de tentoonstelling eromheen openging, was al het werk uitverkocht. Daarna heeft Clemens nog tientallen zeefdrukken en objecten in opdracht gemaakt; we hebben er een miljoen gulden mee verdiend.”
Transitie
In plaats van een mooie nieuwe auto te kopen, besloot de galeriehouder een solide basis te leggen onder zijn bedrijf. Onder meer met De Kunstuitleen. En dat getuigde van een vooruitziende blik. “De terugverdientijd van de uitleen is lang, dus na twaalf jaar kwam pas de omslag,” legt hij uit. “En dat was precies tijdens de financiële crisis, toen mensen steeds minder kochten en meer gingen huren. Zo hebben we kunnen overleven. Maar ook doordat we, in tegenstelling tot galeries die toen massaal verdwenen, openstonden voor de transitie naar digitale kunst en de nieuwe generatie kopers hebben omarmd. Vanaf het begin waren we nota bene online.”
‘Al op mijn twaalfde verkocht ik mijn eerste eigen werk’
Die start werd voorafgegaan door een stormachtig bestaan. “Voor mijn dertigste ben ik al een keer failliet gegaan met de sportwinkels die ik toen had. Daarvan heb ik geleerd om niet te groot te worden,” vat Van den Oever samen. “Ik heb keihard gewerkt om er weer bovenop te komen, ging weer tennisles geven en combineerde dat later met werken in de lijstenmakerij van mijn ex-vriendin, met wie ik mijn dochter Eva kreeg. Ik begon voor mezelf door zeefdrukken uit te geven in samenwerking met Chiefs & Spirits en Livingstone Gallery, die ook net aan de weg timmerden. Alles was nieuw voor me, behalve mijn affiniteit met kunst; al op mijn twaalfde verkocht ik mijn eerste eigen werk.”

‘Wave, intense blue touch of gold’ van beeldend kunstenaar Ans Pullens.
Nocturne
Op het hoogtepunt telde het Noordeinde zo’n vijftien galeries, waarmee het dé kunststraat van Nederland was. Zo ontstond bij Van den Oever het idee voor de Noordeinde Nocturne. “Ik zei: als we nou allemaal een beurs minder doen per jaar en dat geld gebruiken om samen een groot evenement neer te zetten met muziek, een oranje loper en beelden buiten, dan nodigen we in dat weekend al onze klanten uit en hebben we optimaal rendement.” Een gewaagd voorstel. “De kunstwereld is heel gesloten en best conservatief. Altijd heb ik mijn best gedaan de boel open te breken en dat heeft ertoe geleid dat ik achttien edities van de Nocturne heb kunnen organiseren.”
‘In de kunst is het belangrijk om dicht bij jezelf te blijven’
Met zijn AOW in zicht begeeft de galeriehouder zich heel voorzichtig richting de coulissen. “Eva doet de dagelijkse operatie en samen met de anderen in ons team, zoals Wouter die al 22 jaar voor ons werkt en Larissa die een soortgelijke kijk heeft als ik, cureert ze mee,” vertelt hij. “Soms hebben we als team pittige discussies op artistiek niveau, maar voor mij is het belangrijk dat ik loslaat; een echte manager ben ik niet, ik heb alleen laten zien hoe het kán. Zeker in de kunst is het belangrijk om dicht bij jezelf te blijven, zodat je een eigen signatuur krijgt. Daarmee creëer je een groep klanten die jouw taal spreekt, jouw smaak heeft en jouw keuzes begrijpt.”
![]() | Lees ook: Soo Burnell en haar surrealistische blik op Den Haag Schots en scheef in De Plesman |
Ontdekking
Een van de recente ontdekkingen die Van den Oever deed en waarop hij trots is, is die van textielkunstenaar Laura Maria Hamstra. “Zij kwam binnen op het moment dat ik aan het werk was in De Galerie en Kunstuitleen in Rotterdam. Als couturier heeft ze voor Jan Taminiau gewerkt en ze maakt schilderijen in stof. Voordat ik het werk gezien had, twijfelde ik, maar toen ik het zag, wist ik dat het precies past in deze tijd – als ik hebberig word, is dat een goed teken. Uiteindelijk kreeg ik gelijk, want na een klein aanloopje vliegt het werk nu de galerie uit.”

Een van de recente ontdekkingen die Van den Oever deed en waarop hij trots is, is die van textielkunstenaar Laura Maria Hamstra.
Als galeriehouder is Van den Oever gewend om twee à drie jaar vooruit te kijken. Hoe ziet die periode er wat hem betreft uit? “Op alle vlakken blijf ik ondersteuning bieden. Als er een beroep op mij wordt gedaan – en dat is gelukkig nog heel vaak. Maar wat ik misschien wel het leukste vind, is het mentorschap van de kunstenaars. Je moet ze prikkelen om te innoveren en tegelijk zorgen dat je ze vasthoudt. Daarbij hebben ze allemaal hun eigen handleiding. Daar wil ik me nog meer op toeleggen, want dat is de kern waar het galeriehouderschap om draait.”
