Huis Van Het Boek

DATUM

10 februari 2026

TEKST

Mick van Biezen

BEELD

Elise Maaskant

Verhalen ontdekken in het oudste boekenmuseum

In ‘Huis van het boek’, het oudste boekenmuseum ter wereld, ontdekken kinderen van de Dr. J.A. Gerth van Wijkschool in Laak de kracht van verhalen. Dankzij geld dat Kingstreet ophaalde, leren zij vandaag: taal is meer dan woorden alleen. “Ik heb de ‘Mona Lisa’ gevonden.”

DATUM

10 februari 2026

TEKST

Mick van Biezen

BEELD

Elise Maaskant

Verhalen ontdekken in het oudste boekenmuseum

In ‘Huis van het boek’, het oudste boekenmuseum ter wereld, ontdekken kinderen van de Dr. J.A. Gerth van Wijkschool in Laak de kracht van verhalen. Dankzij geld dat Kingstreet ophaalde, leren zij vandaag: taal is meer dan woorden alleen. “Ik heb de ‘Mona Lisa’ gevonden.”

Er was eens een huis. Misschien kun je beter zeggen: een half paleis. Daarin woonde Willem Hendrik Jacob baron van Westreenen van Tiellandt. Hij was een excentriekeling, een einzelgänger die meer van honden hield dan van mensen, en daarom verbaasde het sommigen dat hij zijn gigantische boekencollectie na zijn dood overhevelde aan de Staat der Nederlanden. Het ‘Huis van het boek’ werd zo het oudste boekenmuseum van de wereld.

In de tuin van het deftige pand aan de Prinsessegracht is een kleine ophoging, opgesierd met rozen die aan een Toscaanse bruiloft doen denken, en daarop staat Yoeri Meessen, de bevlogen directeur van Het huis van het boek, de man die de erfenis van de baron in leven moet houden en dat doe je onder andere door kinderen te enthousiasmeren voor boeken en lezen en schrijven. Vandaag zijn dat – voor het állereerst – kinderen van de Dr. J.A. Gerth van Wijkschool uit Laak. Dankzij geld dat mediamerk Kingstreet via netwerkdiners ophaalde, krijgen deze basisscholieren met een taalachterstand een ochtend vol verhalen en tekeningen cadeau.

“Wat vinden jullie de allerleukste boeken?”, vraagt Meessen luidkeels.

“Spannende boeken,” klinkt het. En een ander roept: “Boeken over ninja’s.”

“En wat vinden jullie het allerleukste om te doen?”, vraagt de directeur. Ongeveer de helft van de kinderen schreeuwt: “Gamen.”

Eens kijken of die balans veranderd kan worden.

De ‘Mona Lisa’

Volgens Meessen is ‘suspension of disbelief’ een fundamenteel concept in de literatuur: uitstel van ongeloof, de bereidheid van mensen om mee te gaan in een verzonnen verhaal. Volwassenen moeten zich daarvoor inspannen, vertelt hij. Maar de aanwezige groepen 4A, 4B en 6 hebben daar nog geen last van; feit en fictie zijn – misschien wel terecht – nog vervlochten.

De kinderen van de Dr. J.A. Gerth van Wijkschool kijken om zich heen in de zonovergoten tuin. “Oh, wat erg, daar is iemand doodgegaan,” zegt een jongen met grote ogen en hij wijst naar een steen die uit het groen steekt. Een meisje wil eerst even de basiszaken op orde hebben en vraagt aan een museummedewerker: “Hoeveel dingen hebben jullie hier?” Antwoord: “Dat mag je zelf gaan tellen.”

Huis van het boek

Ludwig Volbeda toont een tekening van een keizer met puistjes: “Hij ontdekte dat je die kon genezen met augurkenspread.”

Wanneer de groep naar binnen gaat, wijst een jongen een kamer in waar de deur op een kier staat. Hij schreeuwt: “Ik heb de ‘Mona Lisa’ gevonden.” Hij heeft een scherp oog, op de grond staat inderdaad een replica.

Het Huis van het Boek is gevuld met bijzondere werken, zo vind je er bijvoorbeeld een eerste druk van ‘Dante’s Inferno’. De collectie omvat 90.000 boeken en 350 handschriften. Het museum richt zich op het geschreven en gedrukte boek in al zijn vormen; de ontwikkeling van de vormgeving van zowel oude als moderne boeken staat hierbij centraal. De collectie bestaat uit rijkelijk opgemaakte middeleeuwse handschriften en zogenaamde wiegendrukken, Europese geschriften of boeken die gezet zijn met losse letters, de letterlijke betekenis is: ‘uit de babytijd van de boekdrukkunst’.

Matrassen op straat

Willem Maas is de directeur van de Dr. J.A. Gerth van Wijkschool. Deze basisschool is gevestigd in het stadsdeel Laak en Maas vertelt dat op zijn school kinderen van alle nationaliteiten zitten, veel uit Oost-Europa: Polen, Oekraïne. Hij legt uit: “Wat ze delen: taal is hun uitdaging, het is niet makkelijk als je ouders hebt die geen Nederlands spreken, zeker niet als een mogelijke terugkeer naar je thuisland altijd tot de mogelijkheden behoort. Veel ouders in Laak doen seizoenswerk, je kunt het in de wijken zien. Huizen zijn afgeladen met migranten en als ze terugkeren blijven alleen hun matrassen achter, vóór de deur op straat.”

Huis van het boek

Directeur Willem Maas van de Dr. J.A. Gerth van Wijkschool met een van zijn leerlingen.

Vandaag staat in het teken van striptekenen en kinderboeken. De ochtend wordt verzorgd door de bekroonde kinderboekenillustrator en schrijver Ludwig Volbeda en kinderboekenschrijfster Lizette de Koning.

Naakt in het wild

Van Volbeda’s werk is een tentoonstelling georganiseerd op de eerste verdieping, een verzameling schetsen en schetsboekjes. Hij werd bekend als illustrator van kinderboeken. Onlangs schreef hij zijn eerste roman ‘Oever’, die werd gelauwerd met de Woutje Pieterse Prijs 2025. Zijn werk als illustrator kenmerkt zich door een fijnzinnige gedetailleerde stijl, op elke vierkante centimeter is veel te zien en zijn beelden nodigen uit tot nauwgezet kijken, ze vragen je volledige aandacht.

Volbeda vertelt aan de kinderen hoe je dat doet, een stripboek maken, hoe hij te werk gaat, en de kinderen kijken met open mond naar een van zijn laatste werken, illustraties bij ‘Hoe Tortot zijn vissenhart verloor’, een samenwerking met de schrijver Benny Lindelauf. Volbeda laat aan de kinderen een tekening zien van een keizer die last had van pukkels. “Hij ontdekte dat je dat kon verhelpen door een augurkensmeersel, kijk maar.” Ook vertelt Volbeda over de hoofdpersoon Tortot, een veldkok die meereisde met oorlogen en altijd de winnende partij diende. De illustrator gaat verder over creatief oorlog voeren: “Hoezo zou je bijvoorbeeld geen oorlog kunnen voeren met een badeend?”

Of de kinderen weten wat een griffioen is. “Een vis en vogel,” roept iemand. Volbeda: “Een kruising tussen een adelaar en een leeuw.” Terwijl hij vertelt over zijn boek ‘De vogels’, over twee standbeelden die verliefd op elkaar zijn en vogels liefdesberichten laten overbrengen, staat een jongen met een bril geschrokken de andere kant op te kijken naar een marmeren beeld. “Wauw,” mompelt hij. “Wauw… dat beeld is naakt.”

Honderd landen

Er ontstaat nervositeit, schetsboeken worden uitgedeeld, koortsachtig begint een jongen in een oranje trui heen en weer te lopen, hij heeft licht gebogen oren, mooi zwart haar. Het moment is aangebroken: de kinderen mogen zelf gaan tekenen. Er zijn verschillende opdrachten, waaronder ‘Teken wat je zelf wil’ of ‘Maak een nieuwe boekomslag voor een van de boeken uit het museum’. De jongen in de oranje trui twijfelt geen moment.

Samen met zijn spraakzame vriend in een witte trui, over wie Maas zegt dat hij later sowieso de politiek ingaat omdat hij nu al alleen maar diplomatieke antwoorden geeft, gaat hij landen tekenen. “Op school zijn we namelijk bezig met een project,” zegt de jongen. “We hebben al 84 landen getekend en gaan voor de 100.” Voordat Volbeda aanwijzingen kan geven, hebben ze de Benelux al op papier, daarna beginnen ze aan Spanje en Gibraltar. Wat zijn favoriete land is? De jongen met de oranje trui zegt: “Australië, daar heb je heel veel natuur, ook in de steden.” Naar zijn smaak zouden er wel wat minder kangoeroes mogen zijn.

‘Uitstel van ongeloof’, waar Meessen het over had, zou ook zomaar een rol kunnen spelen bij zelf creatief zijn, bij dingen maken die nog niet bestaan. Een meisje met heldere groene ogen heeft haar schetsboek op de vitrine gelegd, naast die van een jongen met een capuchon over zijn hoofd die niet zo van tekenen houdt – hij moet meer oefenen naar eigen zeggen. Zij heeft daar geen last van, haar tong steekt tussen haar tanden uit en ze schetst twee zwevende boeken waar letters uit dwarrelen en een portret van zichzelf dat de letterregen bekijkt. Wat ze daaronder afbeeldt? ‘Een lopend ei met benen.’

Volbeda zegt: “Ik kijk mijn ogen uit. Er was ook een kind dat voorwerpen in het museum had gezien die ik niet eens had opgemerkt, een vogelveer en nootmuskaat, en daar een boekomslag van heeft gemaakt. Geweldig. Ik wil graag overbrengen dat zelfs als kinderen het liefst games willen maken – of een vlog – het helpt om je ideeën uit te tekenen.”

Hondenbegrafenis

Een verdieping hoger staat een docent die in blauwe inkt ‘Believe in yourself’ op haar arm heeft vereeuwigd. Ze zweet, heeft het warm. Onmiddellijk komen kinderen naar haar toe die haar met hun schetsboeken willen helpen, een veelarmig wapperend organisme omringt de leerkracht die door de open deur naar Lizette de Koning kijkt, aan wier voeten de kinderen even later plaatsnemen.

De Koning vertelt dat het misschien raar is dat haar achternaam niet klopt met wat zij doet, ze is helemaal geen koning. Achternamen zijn een overblijfsel van Napoleon die niet langer toestond dat mensen alleen maar Jan heten of Hein. “Sommige mensen namen dat keuzemoment helemaal niet serieus,” zegt ze, “en daarom zijn er nog steeds families die rondlopen met de naam Poepjes of Naaktgeboren.”

Huis van het boek

Ademloos luisteren de kinderen terwijl Lizette de Koning een raadsel voorleest.

De schrijfster wil laten zien dat er achter boeken mensen schuilgaan, en dat een boek niet zomaar een dode verzameling papier is. Ze vertelt aan de groep dat ze in haar werk elementen uit haar eigen leven verwerkt, zoals haar hond Kwispel, en dat ze eigenlijk dierenarts had willen worden, maar totaal niet kan rekenen. Een meisje in een stippeljurk kijkt haar ongelovig aan: een mevrouw die boeken schrijft maar niet kan rekenen? Ze blijft minutenlang haar hoofd schudden – gekker moet het worden.

De Koning vertelt over de baron en dat hij meer van honden hield dan van mensen. Als zijn honden overleden, was dat een ramp en organiseerde hij een begrafenis van majesteitelijke proporties. De koetsen werden dan opgepoetst en in de tuin staan grafzerken voor al zijn honden. “Ohh,” fluistert een meisje. “Er liggen dus geen dode mensen.”

Muisstil

De Koning begint aan een onderdeel waarin de kinderen totaal opgaan, niemand heeft het over gamen, nergens zijn beeldschermen. Ze omschrijft een dier dat zacht is en groot, misschien gevaarlijk en soms in de winter gaat slapen. “Een egel?”, vraagt iemand. “Bijna,” antwoordt ze. Directeur Willem Maas fluistert: “Volgens mij ken ik dat beest.”

Alle kinderen zijn muisstil en De Koning legt een nieuw raadsel voor aan de groep, onder toeziend oog van de baron, die op een schilderij is vastgelegd, net als zijn honden. “Het is een beestje dat in de zomer, als je in de zon staat, op je hand kan landen. Hij is oranje, heeft stippen en kan zo wegvliegen.”

Een kind in een Minnie Mouse-shirt met Gucci erboven denkt diep na. In de groep klinkt geroezemoes, een jongen gaat opstaan, hij kan het antwoord niet meer voor zich houden en roept: “Een zeearend.”

Maas kijkt vrolijk en trots om zich heen, net als de leerkrachten. Aan het einde van de ochtend lopen de kinderen langs de ‘Mona Lisa’ naar buiten, eten en drinken wat in de tuin, waarop de zon groot en warm schijnt. Eén kind kijkt naar boven en weet dat hij wegvliegt, hoog in de lucht – oranje veren, zwarte stippen. De zeearend heeft alles gezien.

www.gerthvanwijkschool.nl

www.huisvanhetboek.nl